Als ik in mijn boeken de realiteit van forensisch onderzoek voor honderd procent zou volgen, zou mijn nieuwste thriller er ongeveer zo uitzien:
Hoofdstuk 1: De moord.
Hoofdstuk 2 t/m 38: Inspecteur De Vries drinkt lauwe automatenkoffie, vult in drievoud aanvraagformulieren in en wacht zes weken op de uitslag van het NFI. Einde boek.
Zinderend, toch?
Welkom bij onze septembermaand over Spanning, Misdaad & Psychologie.
Deze week duiken we in een van de grootste dilemma's van de misdaadauteur:
Feit vs. Fictie in Forensisch Onderzoek.
Hoe ver mag je de wetenschappelijke werkelijkheid oprekken voordat de lezer het boek gefrustreerd door de kamer smijt?
Hier is het geheim: als schrijver móét je soms een beetje liegen. Het draait allemaal om het vloeibaar maken van stroperige realiteit voor de heilige graal van elk boek: het tempo. Maar hoe doe je dat zonder in lachwekkende tv-clichés te vervallen?
Het Magische DNA-Apparaat (De kunst van tijdreizen)
De tv-leugen: Een wattenstaafje verdwijnt in een flitsende machine met blauwe neonlampjes. Biep-boep-ping! Drie seconden later verschijnt de foto, het sofinummer én de lievelingskleur van de dader op een scherm.
De werkelijkheid: Weken wachten op een overbelast lab.
De schrijvers-oplossing: Tijdcompressie. We laten de uitslag geen weken, maar hooguit dagen duren. Hoe? Door de bekende troefkaart te spelen: “Zet er een spoedje achter, de burgemeester hijgt in mijn nek!” Of we maken handig gebruik van de 'tijd-sprong' tussen twee hoofdstukken. Liegen over de snelheid mag, maar het proces zelf moet kloppen.
2. De Eenzame Lab-Ninja (Personages samenvoegen)
De tv-leugen: Eén briljante, sociaal onhandige laborant die tegelijkertijd autopsies uitvoert, Russische servers hackt, de baan van een kogel berekent én aan de modder onder een schoen ruikt dat de dader in de Ardennen is geweest.
De werkelijkheid: Extreme specialisatie. Voor al die dingen heb je vijf verschillende, hoogopgeleide afdelingen nodig.
De schrijvers-oplossing: Niemand wil de namen van veertien verschillende analisten onthouden. Dus kneden we drie specialismes samen in één of twee kleurrijke personages. Dat is geen luiheid, dat is het overzichtelijk houden van je cast. (Al probeer ik het hacken van de FBI wel buiten het takenpakket van de patholoog-anatoom te houden).
3. De Gevreesde ‘Enhance’-knop
De tv-leugen: "Kijk naar die bewakingscamerabeelden uit 2004. Zoom in op de spiegeling in de zonnebril van die voorbijganger. Maak scherp. Nog scherper. Aha! Het kenteken!"
De werkelijkheid: Een korrelige pixel-brei blijft een korrelige pixel-brei.
De schrijvers-oplossing: Dit is waar de grens ligt. Als auteur mag je best een vinger afdrukken op een onwaarschijnlijke plek, maar technologie mag nooit fungeren als een toverstokje dat het werk van de rechercheur oplost. Menselijk falen, scherp politiewerk en psychologisch inzicht moeten de zaak kraken, niet een magisch computeralgoritme.
Een goede thriller zweeft precies op de grens: geloofwaardig genoeg om true-crime nerds niet weg te jagen, en vlot genoeg om je hartslag hoog te houden.
Ik ben heel benieuwd naar jullie 'CSI-allergie'.
Welk forensisch of politioneel cliché in boeken of series zorgt ervoor dat jij het liefst direct de tv uitzet of het boek dichtslaat? Laat het me weten!
Reactie plaatsen
Reacties